Woonkwaliteit en leefomgeving
In totaal worden 19 grondgebonden woningen toegevoegd, verdeeld over verschillende woningtypen en prijsklassen. Het plan bestaat uit zes rug-aan-rugwoningen, vijf tussenwoningen, twee hoekwoningen, twee twee-onder-één-kapwoningen en vier vrijstaande woningen. Deze mix biedt ruimte aan starters, jonge gezinnen, senioren en doorstromers. De hoekwoningen krijgen een levensloopbestendige plattegrond en een deel van het programma bestaat uit betaalbare koopwoningen.Het gezamenlijke erf vormt het hart van de nieuwe woonomgeving en krijgt een groen en autoluw karakter. De woningen worden niet als afzonderlijke gebouwen over het terrein verspreid, maar vormen samen een herkenbaar geheel rond de centrale ruimte. Deze opzet is geïnspireerd op het traditionele Brabantse erf, waar verschillende gebouwen, groen en open ruimte met elkaar samenhangen. Zo ontstaat een overzichtelijke woonomgeving met ruimte voor verblijf en ontmoeting.
Een belangrijk onderdeel van het plan is de aansluiting op het omliggende landschap. De doorkijken vanaf het Groene Woud naar het achterliggende gebied blijven behouden, zodat het open en landelijke karakter van de omgeving zichtbaar blijft. Aan de zijde van de dorpskern is de bebouwing wat compacter. Richting het buitengebied neemt de dichtheid af en krijgt het plan een ruimere en meer open uitstraling. De woningen krijgen bescheiden goothoogtes en een landelijke vormgeving die aansluit bij de bebouwing in de omgeving.
Binnen en rondom het woonerf worden verschillende groenzones aangelegd. Aan de westzijde komt een groene buffer met inheemse beplanting, die zorgt voor een natuurlijke overgang naar het agrarische buitengebied. De zijde aan het Groene Woud blijft juist open en groen ingericht, zodat de verbinding met het landschap behouden blijft. Op het erf worden bomen, hagen en gras- en plantzones aangebracht. Deze groene inrichting draagt bij aan een prettige leefomgeving en biedt ruimte aan insecten, vogels en kleine zoogdieren.
Het parkeren wordt grotendeels aan de randen van het woonerf opgelost en zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. Voor bewoners van de rug-aan-rugwoningen en rijwoningen en voor bezoekers worden twee parkeerclusters aangelegd. Bij de vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen wordt op het eigen perceel geparkeerd. Hierdoor blijft het centrale erf zo veel mogelijk vrij van geparkeerde auto’s en kan deze ruimte haar open, groene en autoluwe karakter behouden.